Je kent ze wel: de verhalen van ´vroeger´ toen je ouders nog jong en onbezonnen waren en bij hun ouders op het platteland woonden. Ver van de stad waren de verhalen het mooist.
Vroeger was het namelijk redelijk normaal om vanaf je vijftiende of zestiende mee te gaan roken met de volwassenen. Dan hoorde je erbij en kreeg je je eigen pak shag of sigaretten. Iedereen rookte en niemand had er nog over nagedacht dat roken wel eens slecht voor je kon zijn. Nu kan ik me niet meer voorstellen dat mijn ouders geen hartaanval zouden krijgen als ze mij een sigaret op zouden zien steken.
Als je vroeger ging stappen, moest je vanuit een boerendorp met de auto naar een disco toe. Meestal had je met de auto van je vader ineens vrienden genoeg en kon je met zessen in een mini op stap. Na een avond bier en sigaretten moest je midden in de nacht ook weer naar huis natuurlijk. Met al je vrienden achterin plus alle meisjes die iedereen had opgeduikeld die avond. Eigenlijk is het best een wonder dat sommige families nog intact zijn na de nachtelijke capriolen die er op de terugweg werden uitgehaald. Het is maar goed dat het verkeer nog niet zo druk was. En dat je als je ergens op een grote berg stenen reed nog op de politie kon rekenen om je auto weer op de weg te krijgen zonder dikke boete… Moeilijk voor te stellen toch?
Met dank aan de verhalen van mijn ooms, mijn vader en andere grijze heren weet ik nu dat wij eigenlijk best braaf zijn met zijn allen. Wij nemen netjes de fiets als we uitgaan, roken veel minder en krijgen al een boete als we nodig moeten plassen terwijl er geen wc is. Wat vroeger nog allemaal best kon, is nu ook echt not done. Maar het was wel ruig.
Foto: txikillana